Een oude opera voor jonge kinderen
Zaterdag 18 februari 2006 - BREDA – Een eeuwenoude opera zingen voor kinderen van nog geen tien jaar. Het was een uitdagende combinatie volgens een van de docenten. Maar toen het klassieke geluid van een klavecimbel zich door de zaal van de Nieuwe Veste verspreidde, keken allen aanwezige scholieren van de Openluchtschool ademloos naar het podium.
FOTO JOHAN VAN GURP
„Ik vond het zingen het mooist. Ik vond de monsters het leukst.“ De leerlingen van de Openluchtschool uit Breda en Mattheus uit Galder staarden aandachtig richting de bühne.
Het was een van de laatste voorstellingen van het project Schoolconcerten. Doel van het project is scholieren van de basisschool kennis te laten maken met kunst en cultuur. Dit jaar was gekozen voor een bewerking van de opera Orfeo en Euridice van componist Christoph Willibald von Gluck.
Het was de eerste keer dat de kinderen een opera kregen voorgeschoteld. „We vroegen ons af of de kinderen uit de zap-cultuur zoiets aankonden, maar dat bleek wel. Je zag dat ze de muziek, het toneelspel en het zingend vertellen mooi vonden. Het complete plaatje greep ze“, aldus afdelingshoofd muziek van de Nieuwe Veste Gerard de Krom.
Vreemde combinatie
Een opera spelen voor kinderen van zes tot acht jaar. Het leek een vreemde combinatie. Zesendertig voorstellingen en ruim vierduizend kinderen verder spraken Lizet van Beek en Heleen Heeres, de twee speelsters van de opera, van een succes. „We hadden al meer ervaring met opera en jong publiek. Dus maakten we ons geen zorgen. Het fijne met kinderen is dat ze geen vooroordeel hebben. Dus ook niet over deze muziekvorm. Ze stonden er helemaal voor open“, vertelden de klassiek geschoolde zangeressen.
De scholen kregen vooraf een pakket lesmateriaal toegestuurd. Zo konden docenten de leerlingen op de opera voorbereiden. Er was uitleg over dat een opera eigenlijk zingend vertellen is. Ook waren er zangoefeningen voor de kinderen. De leraren lazen ook klassikaal het verhaal van Orfeo en Euridice voor. „Ik vond het eerst wel een heftig thema. Het is een dramatisch verhaal dat zich deels afspeelt in de onderwereld. Ik heb het toen maar in de vorm van een sprookje gegoten“, aldus Marie-José Jacobs leerkracht van Mattheus. Marieke Jansen lerares aan dezelfde school vond het een uitdaging. „Het was heel vernieuwend. De leerlingen hadden nog nooit van een opera gehoord. Ze vonden het eerst best vreemd“, zegt Jansen.
Monster sokken
Het spannendste moment was toen Orfeo de onderwereld introk om zijn geliefde terug te halen. Opeens verschenen er spoken en geesten.
Op dat moment schoten de handen van de kinderen de lucht in. Zij hadden namelijk een sokpop gemaakt die een monster uit de onderwereld voorstelde. Orfeo zat nu tussen twee vuren in, tussen de geesten op het podium en de sokmonsters van de leerlingen. De kinderen speelden fanatiek mee en hadden er zichtbaar plezier in.
Het was niet alleen drama wat de klok sloeg. Tussendoor lachten de kinderen ook hartelijk om het gestuntel van de twee hoofdpersonen en het poppenspel.
In de originele versie van het verhaal bleef Orfeo alleen achter, maar deze keer niet. Aan het eind van het stuk mochten alle leerlingen het laatste feestlied meezingen. Orfeo en Euridice keerden samen naar de wereld terug om daar gelukkig te zijn. „Ik vond het zingen niet zo heel leuk, maar de rest wel“, zei Camiel. Thijs en Demi vonden het zingen juist wel leuk en willen graag nog een keer naar een opera. „Het mooist was dat Orfeo en Euridice weer samen waren“, liet Martijn nog even weten.
Bron: BN De Stem door Serge Mouthaan